Jo Corbeij

In het Historiehuis in Roermond hangt een foto die je niet zomaar loslaat: het portret van een jonge jongen met een zwaar verminkt gezicht. Zijn blik, zijn verwondingen, alles aan deze foto raakt. Hij staat symbool voor het stille, vaak vergeten leed achter de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog.

De foto werd in 1945 gemaakt door de Zwitserse fotograaf Werner Bischof, tijdens een reis door een gehavend Europa. Die reis was georganiseerd om de gevolgen van de oorlog vast te leggen en de hulpverlening van de Zwitserse actie Schweizer Spende in beeld te brengen.

Roermond had het zwaar te verduren. De Duitse bezetting begon op 10 mei 1940, en liet diepe littekens achter. In totaal verloren 380 mensen het leven. Zwitserland bleef officieel neutraal tijdens de oorlog, maar onderhield ondertussen economische banden met nazi-Duitsland. Dat leidde ertoe dat Zwitserland in een isolement geraakte. Om uit dit isolement te komen werd in 1944 een enorme hulpactie op touw gezet door de Zwitserse overheid, met de naam: Schweizer Spende an die Kriegsgeschädigten. In de periode 1944-1948 werd een indrukwekkend bedrag van 203 miljoen frank – nu zo'n 794 miljoen euro - ingezameld voor oorlogsslachtoffers in Europa.

De hoofdredacteur van het Zwitserse cultuurblad Du, Arnold Kübler, wilde dat de wereld ook de gezichten achter die hulp zou zien. Hij stuurde fotografen Werner Bischof en Emil Schulthess op pad, naar onder andere de Benelux en Frankrijk. In Roermond ontmoette ze een jongen die nét na de bevrijding in een tragedie terecht was gekomen. Hij was het slachtoffer geworden van een boobytrap en raakte zwaargewond. Zijn rechteroog was weg, zijn gezicht zwaar beschadigd. En alsof dat nog niet genoeg was, verloor hij kort daarna zijn moeder bij een verkeersongeluk met een dronken Britse soldaat. Zijn gezin viel uit elkaar.

Bischof maakte een kleurenfoto van hem, een beeld dat later op de cover van de mei-editie van Du in 1946 zou verschijnen. Het portret veroorzaakte opschudding. Te pijnlijk, vonden sommigen. Te confronterend. Maar Kübler bleef bij zijn keuze. Hij schreef: dit zijn de kinderen van het nieuwe Europa. Ze zijn gewond, getekend, maar ze leven. En: kijk niet weg.

Lange tijd bleef de jongen op de foto naamloos. Totdat in 2010 een oproep in Dagblad De Limburger tot herkenning leidde. Hij bleek Jo Corbeij te heten, afkomstig uit Roermond. Jo overleed in 1950 in Grubbenvorst, pas 21 jaar oud, aan de gevolgen van zijn verwondingen.

Jo’s gezicht is nu meer dan een symbool. Het is een verhaal. Een herinnering. Een naam. En iedere keer als je naar die foto kijkt, zie je niet alleen een verminkt kind, maar een mens, iemand van vlees en bloed. Iemand die iets te zeggen heeft, ook vandaag nog.