
Van ambtenaar tot premier
Beel groeide op in Roermond en studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Na functies bij gemeenten en provincies werkte hij zich op tot plaatsvervangend gemeentesecretaris van Eindhoven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij ontslag toen daar een NSB-burgemeester werd benoemd, waarna hij een eigen adviesbureau begon.
Politieke loopbaan
In 1945 werd Beel minister van Binnenlandse Zaken. Kort daarna volgde zijn eerste termijn als premier. Later speelde hij een belangrijke rol in Nederlands-Indië als vertegenwoordiger van de Kroon, een periode die ook controversieel was.
Na enkele jaren als hoogleraar keerde hij terug in de politiek als minister van Binnenlandse Zaken. In 1958 werd hij opnieuw minister-president. Vervolgens was hij jarenlang vicepresident van de Raad van State, waar hij door zijn grote invloed bekendstond als de “onderkoning”.
Laatste jaren
Beel ontving hoge onderscheidingen, waaronder het grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 1976 werd bij hem leukemie vastgesteld; hij overleed een jaar later op 74-jarige leeftijd.
Privé
Beel was getrouwd en had vier dochters. Zijn privéleven kende de nodige spanningen en bleef deels verborgen, mede doordat hij vlak voor zijn dood een groot deel van zijn persoonlijke archief liet vernietigen.